Bl. 296.
Bij de inhuldiging des Konings.
Hoewel dit lied, evenals de volgenden, geheel het karakter van een kerklied draagt, zoo was het toch nimmer bestemd om als zoodanig door de gemeente gebruikt te worden. Het maakte oorspronkelijk een fragment uit van een der gezangen, welke voor het vijfentwintigjarig jubilé van het ‘Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen’ door mij vervaardigd zijn, en 's daags voor de plechtige en openlijke huldiging des Konings door een zangkoor werden uitgevoerd. Gelijk het hier geplaatst is, heeft het eene kleine verandering en uitbreiding ondergaan.
De vier liederen op de jaargetijden zijn, nevens het stukje ‘Zalig zijn zij, die niet gezien en nochtans zullen geloofd hebben’ en eenige andere liederen, die elders in mijne ‘Offergave, of verzameling van opstellen in proza’ voorkomen, in den Vervolgbundel der Evangelische Gezangen opgenomen, die alreede bij een deel der Nederlandsche Hervormde gemeenten ten gebruike bij de openbare godsdienstoefeningen is ingevoerd.