Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

IV.

Waar in ontzagbre rust dat woud te grijzen staat, En een gewelf van loof op forsche zuilen laadt, En, waar 't zijne armen breidt en naar den hemel slaat, De lucht verdonkert;

Waar bruine schemering den vollen dag verkondt, Waar soms het licht der zon, geworsteld tot den grond, Verlichte plekken zaait, als starren in het rond, Waar goud in flonkert;

Een trotsch gebouw gelijk, van middeleeuwsch gewrocht, Waar 't flikkrend avondrood een wanklen doorgang zocht; Om welks bemoste kruin, waar lang de storm mee vocht, Zich 't klimop strengelt;

't Is dáár of 't kerkgezang langs tempelwanden ruischt, Als met zijn vol geluid het statig orgel bruist, Waarin een tusschentoon, die langs 't verwulfsel suist, Zich murmlend mengelt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove