Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

II.

1813.

Hef, Neêrland! thans de ontrolde vaan En ruk er mee te velde, Tot wapens moet ge uw keten slaan, Die u zóó drukkend knelde. Hoort gij in 't opgeklaard verschiet Dien zegezang der vrijheid niet, En krijgstrompetten steken? - De dageraad, zóó lang voorspeld, Is reeds de kimmen uitgesneld, En wacht uw teeken af in 't veld, Om voller door te breken.

Te lang reeds hebt ge aan koord en zeel Voor 's dwinglands voet gekropen, En, voortgestuwd in 't strafgareel, Op tronen stormgeloopen. Neen, buig den hals niet vuig en laf! Gij naamt den Rijn zijn kluisters af, Gereed in 't zand te smoren! Wie duinen voor zijn schreden plet, Rivieren uit haar kil verzet, En afleidt langs een ruimer bed, Is niet tot slaaf geboren!

De alarmkreet trekke uw steden om, En roepe uw kroost te wapen! Daar achter groeie een heldendrom, Met jeugdig vuur herschapen! Niet slaafs uw redding ingewacht! Zij Neêrland vrij door eigen kracht! - Om Nassau's oorlogsstanders

Thans weer uw armen saamgehecht, Nu 't pleit der volken wordt beslecht: Herneemt uw naam, uw erf, uw recht, Uw glorie, Nederlanders!

Neen! houdt nog de zwaarden terug van den slag! Uw vrijheid ontluikt en de scheemring wordt dag! De leeuw had zijn klauw pas gerekt naar den gier, Of 't roofnest vloog leêg, en zijn broedsel van hier!

Ginds viert men zijn aftocht en lijkvaart aan 't IJ, Met flikk'rende vuren en toortslicht er bij. Die gloed zet de borst als den hemel in vlam, En 't dreunt tot de wolken: de dageraad kwam!

Daar rijst hij met goud en robijnen in 't Oost - De morgen, die de aard met zijn glimlach vertroost! De Hemel gaat open en lacht als een bruid, Die sluimrend op rozen haar oogen ontsluit!

Heel Neêrland valt God als zijn redder te voet; Met tranen van vreugd wordt Oranje begroet; De wimpels verzetten zich luistrend naar 't strand, Waar hoog van de duinen het ‘welkom!’ ontbrandt.

Hoort toe! hoe de feestklok, die vroolijker bomt, Der schaatrende menigte toeroept: ‘Hij komt!’ Zie 't regent weer bloemen en looverfeston, Alsof met den winter de lente begon.

Heel Neêrland spant vlaggen om daken en tin, En draagt hem op de armen zijn erfgoed weer in, Wiens aanblik een toekomst vol zegen voorspelt, En Neerland is schooner dan eertijds hersteld!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove