Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

II.

Thomas alleen.

Hij was, toen hij den Heer zag sterven, De stad ontvlucht, ontvlucht aan 't oord, Waar men zijn Heiland had vermoord; Doch, waar hij eenzaam rond mocht zwerven, Hij kon geen rust of troost verwerven, Schoon hij, met opgejaagden voet, Van vlek tot vlek was voortgespoed. Hij wilde alleen zijn met zijn smarte, Maar droeg alom de wond in 't harte, En de eigen kwelling in 't gemoed, Die hij door stâge mijmring voedt.

Dáár doolt hij door de palmendreven, Die 't naast Bethaniën omgeven, Om d'ingang van d'Olijvenhof; Zijn wang is bleek; zijn oog staat dof; Zijn tred is traag; zijn enkels beven; Zijn voetzool gloeit en brandt in 't stof; Diep blijft hij in zijn smart verloren; 't Olijfbosch bloeit niet als te voren, Al knopt en zwelt zijn vrucht in 't loof. Voor 't Psalmgezang der vooglenkoren, En 't murmlen van de Kedron doof, Neigt hij alleen onwillig de ooren, Als soms van 't stervend stadsgerucht Een flauwe galm trilt door de lucht. Dan waant hij 't ‘kruist hem!’ weer te hooren En, schoon het geurend koeltje suist, En om de palmentoppen zwatelt, 't Is hem of dan Gods donder ratelt, En om hem heen de stormwind bruist!

Wat doet opeens hem opwaarts schrikken? Wat glans bezielt zijn sombre blikken, Terwijl hij starend om zich ziet? - Hij hoort nabij een stem, een lied:

‘Gij zult bedroefd zijn, klaaglijk weenen, Maar op dit scheiden volgt hereenen; En als uw oog mij wederziet, Dan zal uw harte zich verblijden, En - als een vrouw na 't uur van strijden - Gedenkt gij 't doorgeworsteld lijden, De weeën uwer droefheid niet!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove