Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

Bl. 335.

Mij toegezonden na haren dood. Tot opheldering diene, dat dit Portret, door een verzuim van de zijde des schilders onvoltooid, vele jaren lang in het bezit eener geliefde nabestaande was gebleven. Toen ik, in de eerste dagen van mijnen rouw, het verlangen uitsprak om het weder te bezitten, werd daaraan met al de bereidvaardigheid der liefde voldaan.

Bl. 340. Van 't herkennen na 't herleven Sprak ik hier naar 't Godlijk woord.

Toen ik in de Eilandskerk te Amsterdam mijne eerste predikbeurt vervulde, nadat het overschot mijner lieve eerste gade dáár was ter ruste gelegd, sprak ik, naar aanleiding van Joh. XIV:3e, over de hope eener toekomstige hereeniging. Het uitzicht, bij herhaling in dit lied uitgesproken, van ook dáár mijne grafplaats te vinden is mij geheel ontnomen, sinds men, gelijk elders, ook te Amsterdam heeft opgehouden in de kerken te begraven.

INHOUD.

Bladz.

DE ST. PAULUS-ROTS.

I. De reis naar Java 1.

II. De schipbreuk 9.

III. De klip 17.

IV. De sloep 31.

V. De redding 44.

Aanteekeningen 58.

De schipbreuk van het Ned. Barkschip Jan Hendrik 67.

De reis naar Brazilië 82.

Naschrift 97.

JOANNES EN THEAGENES.

Aan mijn vriend* * 100.

Voorzang 104.

Eerste tot zesde zang 106.

Aanteekeningen 143.

DE ZELFOPOFFERING.

Zang 159.

Aanteekeningen 170.

LYRISCHE POËZIE.

Palestina 174.

De lofzang der schepping 177.

Het muzikale in de natuur 179.

Een landschap bij ondergaande zon 185.

Leiden's ontzet in 1574 191.

Napoleon's val en vergoding 196.

Het klooster op den St.-Bernard 202.

De taal der schilderkunst 206.

Aan het strand te Katwijk 209.

Aan een Apostel des ongeloofs 216.

De cholera bij hare wederverschijning in 1849 221.

Het communisme onzer dagen 226.

De zonsverduistering; 28 Juli 1851 233.

Ophelderingen 239.

GEWIJDE POËZIE.

De opwekking van het dochterken van Jaïrus 243.

Jezus wandelende op de zee 249.

De afneming van het kruis 253.

Petrus en Joannes bij het ledige graf 255.

Hanna 256.

De moeder des Heeren 266.

De dochter van Herodias 272.

Thomas 283.

Liederen:

I. Bij de inhuldiging des Konings. Mei 1849 296.

II. In de lente 298.

III. In den zomer 299.

IV. In den herfst 301.

V. In den winter 302.

Ophelderingen 305.

ELVIRE.

I. Herinnering 309.

II. Nachtwaak 311.

III. Nieuw leven. Bij den aanvang der lente 312.

IV. Het kwijnende dichtvuur 315.

V. Zucht naar de afwezende 317.

VI. Wederliefde 319.

VII. Elvire's geboortedag, als het feest harer herstelling gevierd 323.

VIII. Vadervreugd 328.

IX. Twintig jaren. Bij de verjaring van onzen huwelijksdag 332.

X. Bij het portret mijner ontslapene 335.

XI. Grafbezoek 339.

XII. Weleer en thans 341.

Ophelderingen 345.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove