Bl. 283.
Thomas. Van de vroeger uitgegevene of verspreide gedichten, welke in den derden bundel voorkomen, is er wellicht geen meer bekend dan mijn ‘Thomas’, als reeds vóór vele jaren opgenomen in de ‘Apostelen en Profeten’, die eerst bij den boekhandelaar P.H. Noordendorp te 's Gravenhage, en later bij den heer A.C. Kruseman te Haarlem in het licht zijn verschenen. Dit kon echter in mijn oog geene reden zijn om dit vrij uitvoerige gedicht, dat ik met liefde heb bewerkt, bij de uitgave van deze vierde verzameling mijner gedichten terug te houden; daar ook mijne ‘Hanna’ en ‘De dochter van Herodias’, mede reeds vroeger in de ‘Bijbelsche Vrouwen’ waren geplaatst. - Of zou de in het laatste tiental jaren zoo sterk gerezen twijfel aan de realiteit van 's Heilands opstanding mij daartoe hebben moeten nopen? Ik heb daartoe niet kunnen besluiten. Wel vervult mij de gedachte met zekeren weemoed, dat velen thans met een geheel ander oog op deze bladzijden zullen staren, dan waarmede zij vroeger hetzelfde gedicht hebben gelezen; maar ik wil aan dezulken onder mijne lezers, wier overtuiging op dit hoogst aangelegen punt veranderd of gewijzigd is, het onrecht niet aandoen van te onderstellen, dat zij deswege aan den dichter het recht zouden betwisten om zulke onderwerpen te blijven bezingen, of dat zij het oog zouden gesloten honden voor de roerende schoonheid dierzelfde Evangelische verhalen, waaraan zij een historisch karakter in den strengsten zin meenen te moeten ontzeggen. Veelmeer meen ik te mogen hopen en verwachten, dat het Thomas-karakter, gelijk ik dit gepoogd heb te beschrijven, juist wegens den thans gevoerden strijd, bij vele lezers eene verhoogde belangstelling zal wekken en vinden.
Bl. 283. Tot verre in 't Oost het kruis hebt voortgeplant.
De Kerkelijke overlevering heeft Thomas tot Apostel van Indië gekroond. Voornamelijk zou hij aan de Parthen, later ook in Ethiopië, en tot in het hart van Indië toe, het Evangelie hebben verkondigd, totdat hij zijn geloof met den marteldood bezegelde. In het ‘Martyrium Romanum’ wordt hij te Calamina in Indië met lanssteken gedood. Van daar zouden zijne beenderen naar Edessa, en later naar Ortana in Italië zijn overgebracht. Zonder de bijzonderheden dier overlevering in bescherming te nemen, of ook aan de bewering der ‘Thomas-Christenen’ in het Oosten, die hunne herkomst en benaming van dezen Apostel hebben afgeleid, eenige waarde te hechten, meenen wij toch als hoogstwaarschijnlijk te mogen aannemen, dat het Evangelie, bij zijne eerste uitbreiding, zich niet minder ver naar het Oosten dan naar het Westen heeft voortgeplant; en dat onderscheidene Apostelen, waartoe ook Thomas behoord hebbe, dáár vooral hunnen werkkring gezocht en gevonden hebben.
Bl. 283. O gij, die hebt geloofd te voren, - - - - - - - - - -
Vroeger stond hier:
Gij geest des ongeloofs, uit d' afgrond opgevaren!
Ik heb dien versregel geschrapt, omdat ik den schijn niet op mij wilde laden, alsof ik mij hier tegen de voorstanders der Moderne theologie - ofschoon ik aan dezen toen niet in de verte had kunnen denken - een scherpen uitval had willen veroorloven; en thans, in de nu volgende regels, daarvoor in de plaats gesteld, wat een iegelijk, die het ernstigste en heiligste met heiligen ernst wenscht behandeld te zien, met mij zal moeten misprijzen. Zelfs gevoelde ik mij opgewekt, om tot dezulken, wier gemoed voor de vele twijfelingen, in onze dagen geuit, geenszins ontoegankelijk is gebleven, en wier tot zwaarmoedigheid gestemde geest naar dien van Thomas gelijkt, een woord van diep medegevoel te richten. Hieraan was de uitboezeming op de volgende bladzijde:
Maar gij, die bij den storm die opsteekt in deez' dagen - - - - - - - - - - - - - - - - -
haren oorsprong verschuldigd.
Cookies on Poetry Cove