Bl. 268.
De oeder des Heeren.
Dit gedicht, waarin ik, zonder verloochening van het Protestantsch beginsel, de Moeder des Heeren heb gehuldigd, was oorspronkelijk bestemd om tot een tegenhanger van mijne Hanna te dienen, in de hieronder vermelde Bijbelsche Vrouwen des O. en N. Verbonds. Daar nochtans de uitgave van het tweede deel van dat werk door toevallige omstandigheden was vertraagd, en een onzer meest beroemde dichters zijne keuze op ditzelfde onderwerp had gevestigd - aan wien ik gereedelijk die keuze heb afgestaan - is het niet dáár, maar in het eerste deel mijner Gedichten, verschenen.