Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

V.

Meld ons, aarde, daar we op treden, Werd de grond voor onze schreden, In der Vaadren worstelstrijd, Niet door heldenbloed gewijd? Heugt u, hoe langs gindsche wegen Maurits' wapenrusting blonk; Toen de schaal reeds was gestegen, Maar door 't wicht van Nassau's degen Weer naar Neêrland overzonk? -

Verder, waar, gehuld in neevlen, Grauwe Hunnebedden heevlen,

Wordt, in urnen saâmvergaard, De asch van 't Heldenkroost bewaard. Dat veel vroeger eeuw zag rijzen; - Ruige toppen, die daar grijzen, Toonen nog hun heuvlig graf, Maar geen zerken, die hen prijzen, Schildren ons hun daden af.

Slechts als de avondwolken dalen, Nederhangende over de aard, En daar schijngestalten malen, Is het, of daar schimmen dwalen. Die geloften gaan betalen In een doodsche bedevaart.

Wat is dan 't heil, waarom we op aarde smachten? De glans des roems, waarnaar we als jongling trachten. Zoo 't duurzaamst graf verganklijk is als wij? - 't Verwaaide stof van voor- en nageslachten Joeg licht dat zand op gindsche graven bij.

Eens dalen we ook bewustloos in de groeve Licht is mijn naam, eer dan mijn zerk, vergaan; O, dat er zijn wie toch mijn dood bedroeve! En 'k weet, een mannelijke traan - Zoo ooit uw voet op mijne rustplaats toeve - Zal u in de oogen staan.

In zulk een oord, waar heuvlen staan in 't ronde En de aarde bloeit, zij in zulk oord mijn graf! Die heuvlen staan als wachters aan mijn sponde, Zij wachten mee Gods toekomst zwijgende af. Men dek' mijn graf met versch gegroeide zoden, Of strooi' daarop een handvol tarwegraan; En hef' daar, aan het aardsch gewoel ontvloden, Het ‘Stille rustplaats van Gods dooden!’ Als 't lied der hoop en der verrijsnis aan!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove