Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

II.

't Gordijn der heemlen wordt geheven; Het schaduwbeeld der nachtvorstin Rukt reeds het gouden vuurveld in, En breekt de stralenkroon, om 't hoofd der zon geweven.

Wij staren 't plechtig schouwspel aan: De zon, gekromd als halve maan, Waarover zilvren wolken zweven, Zien wij met gouden hoornen staan.

't Is of weer Mekka's maan van 't hoogst der heemlen praalde, En droeve schemering langs 't aardrijk werd verspreid, Toen ze uw verbleekten glans in 't Oosten overstraalde, O Zonne der Gerechtigheid!

Toch blijft gij 's werelds licht, dat, soms voor 't oog verscholen, Ras weer zijn gloed herneemt, en nooit in nacht verdwijnt, En eens tot 's aardrijks verste polen Met onverdoofbren luister schijnt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove