III.
Bl. 38.Zwart als een uitgebrande krater.
Men vergelijke hiermede, wat ik uit darwins Naturwissenschaftliche Reisen op het verhaal van den Scheepsdoctor heb aangeteekend.
Bl. 38.De krab alleen, die als de spin De wandelende pooten zet.
De Engelsche reiziger en natuuronderzoeker charles darwin, die eenige uren op de St. Paulus Rots heeft doorgebragt, gewaagt mede van de groote menigte dier schaaldieren, welke hij dáár aantrof. Hij verhaalt, hoe eene zeer groote krab (Graspus) voor zijn oog een' vliegenden visch zeer behendig weghaalde, die een der zeevogels in de nabijheid van zijn nest had nederlegd. Hij merkte er bovendien vele soorten van grootere en kleinere spinnen op. Het verwondert mij eenigzins, dat hiervan in het verhaal der schipbreukelingen geenerlei melding geschiedt. Toevallig had ik, de krab met de spin vergelijkende, ook beide in mijn gedicht vereenigd.
Bl. 48.Één houdt het losgeschroefde glas Eens kijkers 't vonklend zonlicht tegen.
Uit het verhaal van den Scheepsdoctor zal blijken, dat het dezen, na herhaalde vruchtelooze proefnemingen, eerst op den vijfden dag van zijn verblijf op de Rots gelukte om vuur te maken. Ik heb mij in dergelijke kleine bijzonderheden niet angstig aan de tijds-orde gebonden gerekend, en het verkieslijk geacht, de algemeene bedrijvigheid, die er op de klip geheerscht heeft, in één groot en levendig tafereel, zoo veel ik vermogt, aanschouwelijk voor te stellen.
Bl. 52.En eerlang zal de schelle faam Uw wonderbaar behoud verkonden, Bij 't zegenen van roxby's naam.
Z.M. onze Koning, heeft, als blijk zijner hooge tevredenheid, aan den Heer roxby eene gouden doos, waarin eene toepasselijke inscriptie te lezen staat, doen toekomen. - Het binnen deze stad gevestigde Collegie ‘Zeemanshoop’, hetwelk zich bij voortduring door de loffelijkste en edelmoedigste belangstelling in het lot onzer zeevarenden onderscheidt, heeft insgelijks gemeend de pogingen van den Heer roxby, tot redding der Ekipaadje (welke hem gedeeltelijk gelukte) met een openbaar blijk van erkentelijkheid te moeten vergelden, en hem eene zilveren schenkkan aangeboden, door de Heeren benten bewerkt, waarvan het afbeeldsel hiernevens in houtsneê geplaatst is, met de volgende inscriptie:
in commemoration of saving the eight men, belonging to the crew of the shipwrecked dutch ship jan hendrik from the st. pauls rocks, on the 3d of june 1845. presented to capt. robert roxby by the amsterdam society zeemanshoop.’
De Heer a. ahlers jr., reeder van het verongelukte schip, heeft, door gelijke erkentelijkheid gedrongen, den Heer roxby een' zilveren beker vereerd, dien men hieronder ziet afgebeeld, waarop gegraveerd was:
remembrance of the saving of eight men belonging to the crew of the shipwrecked dutch vessel jan hendrik from the st. pauls rocks, the 3d of june, 1845. offered to capt. robert roxby by a. ahlers jr.
Bl. 54.Één wat er op de klip gebleven,
Welkom was mij de gelegenheid deze welverdiende hulde aan den Scheepsheelmeester, den Heer hanou, te kunnen toebrengen, met wien ik eerst later persoonlijk kennis maakte, maar dien ik zoowel uit deze ontmoetingen, als uit zijn dagverhaal, van de gunstigste zijde leerde kennen. Dat die lof niets overdrevens behelst, moge blijken uit onderstaand vereerend getuigschrift, dat hem met eene Zilveren Medaille, op last der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen is uitgereikt. ‘De Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen, edelmoedige en menschlievende daden dankbaar willende erkennen en vereeren, heeft gemeend als zoodanig te moeten beschouwen, de pogingen van jan hanou jz., door hem ondernomen, bij en na het stranden van het Nederlandsche barkschip Jan Hendrik, op de St. Paulus Rots; daar hij niet aarzelde met den meesten moed en koen beleid, gepaard aan herhaalde zelfopoffering, orde onder de bemanning te bewaren, en daardoor, benevens door andere diensten, zonder eigen behoud of dat van het zijne op den voorgrond te stellen, de redding der schipbreukelingen te bevorderen. De Maatschappij voornoemd, van deze hare erkentenis een openbaar bewijs willende geven, schenkt aan genoemden jan hanou jz. dit Getuigschrift, benevens de Zilveren Medaille, als eene regtmatige hulde aan zijne menschenliefde, met den wensch, dat de streelende bewustheid van belangeloos tot heil van zijnen evenmensch gehandeld te hebben, de edelste belooning van zijne menschlievende pogingen moge zijn.’
Op last der Maatschappij Algemeene Vergadering, 11 Aug. 1846. (was get.) HUGO BEYERMAN, Voorz. P.M.G. VAN HEES, Secr.
Hoewel de Heer hanou in zijn journaal met weinig ophef van het door hem verrigte spreekt, en hij de in dit getuigschrift gegevene lofspraak veel te sterk gekleurd achtte, men zal toch deze eervolle onderscheiding ten volle verdiend rekenen, wanneer men weet, dat de Maatschappij tot dit besluit door de volgende beweegredenen is geleid geworden: ‘dat hij, hoewel tot geenerlei scheepswerk verpligt, ijverig de behulpzame hand tot het redden van scheepsgoederen geboden, en dien ten gevolge niets van het zijne behouden heeft; dat hij, zich veel vroeger hebbende kunnen redden, een der laatsten geweest is, die op het schip terug bleven, om dáár de orde te blijven handhaven, gelijk hij ook later, toen de Kapitein hem aanspoorde, om met de sloep naar het Engelsche schip te vertrekken, dezen heeft weten te overreden, om in zijne plaats te gaan; dat hij ook in de hagchelijkste oogenblikken eene gelukkige tegenwoordigheid van geest bewaard, en tot het laatste toe, door raad en voorbeeld beide, zijnen lotgenooten moed en vertrouwen ingeprent heeft, en daardoor niet weinig tot behoud van hun aller leven heeft bijgedragen; eindelijk dat hij, getrouw aan zijne belofte, om de scheepsjongens onder zijn toezigt en zijne bescherming te nemen, ook na de redding, toen zich de gelegenheid aanbood om met een ander schip naar Europa terug te keeren, hen niet heeft willen verlaten, maar hen behouden in het Vaderland heeft terug gebragt.’
Bl. 56.Die reeds de polsaâr ging ontblooten Om 't roestig mes er door te stooten.
Ook deze bijzonderheid is mij door mondelinge mededeeling bekend geworden. Zij schetst in een' enkelen, maar sterk sprekenden trek te duidelijk, tot welk eene hoogte de ellende der schipbreukelingen, vooral gedurende de laatste dagen vóórdat er regen viel, moet zijn ge-klommen, dan dat ik niet zou getracht hebben, zoo veel mogelijk daarvan partij te trekken.
Cookies on Poetry Cove