HET VII. CAP.
Dat de Croone aen't Cruys is toegheschickt.371
Hoe moeyelijck den Wegh des Cruys is.372
Dichtjen vande weerde des Cruys.372
D'ellende beproeft den man.373
Een volmaeckte ziel en magh noch slaghen noch Cruycen vreesen.374. 375
De H. Secunda seyde dat door de slaghen der roeden voor haer eeuwige Croonen gesmeedt wirden.376
Wat een weerdigheydt dat het is van Godt ghecroont te worden.377
Aen 40. Martelaers worden hemelsche Croonen toe-gheschickt.378