Skip to content
1672

De heyr-baene des cruys

Benedictus Haeften

HET XVI. CAP.

Datmen meer in tegen-spoet, als voor-spoet moet danckbaer wesen, niet alleen aen Godt, maer oock aende ghene, die ons het Cruys aendoen.272 De quellingh is een weldaedt Godts.272 Men moet Godt meer danckbaer zijn in teghenspoet als in voor-spoet.272 De quellingh verweckt in ons de vreese Gods.273 Den voor-spoet van dese wereldt is een voorteeckingh vande toecomende verdoemenis.273 Nauwelijcks ghebruyckt jemant't Cruys oft quellingh qualijck, den voor-spoedt nauwelijcks jemant wel.273 De quellingh is een voor-teecken van d'eeuwighe

saligheydt.273 De quellingh verduldighlijck verdraghen heeft eenen eeuwigen ende oneyndelijcken loon.274 De H. Theresia bemint sterckelijck haere vyanden.275 Wy zijn schuldigh onse vyanden ende vervolgers te bedancken.275 Den Patriarch Alexander verlost den ghenen die hem gout onstolen hadde.277 Exempels der ghene die weldoen aen hunne vyanden.277 & seq. Wie dat het ghebodt vande vyanden te beminnen volbrocht hebben.277 Den godtvruchtigen vondt van Ioannes Eleemosynarius om sich te wreecken.278 De H. Lydwina vergelt het onghelijck met weldaeden.279 Wie volmaecktelijck vry is vande ghedachtenis der injurien.280 D'exempels moeten ons een navolgingh inscherpen, gheen cleynmoedigheydt.281

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De heyr-baene des cruys · Benedictus Haeften · Poetry Cove