HET X. CAP.
Dat de zee des wereldts door de hulpe des Cruys moet door-vaeren worden.401
Het schip is een af-beeldsel des Cruys.402
Met het selfde moet de zee van dese werelt doorvaeren worden.401
Den gheestelycken mast-boom des schips, is het Cruys.403
Beschrijvingh der geestelycke schip-vaeringh.404
Wat dat zyn de gheestelycke klippen Schylla ende Charybdis.405
Den geestelycken lof-sang der varende lieden.406
T'schip Christi selver en is niet vry van tempeest.407
Den rijcken vreck heeft met voorspoedigen wint schip-braecke gheleden.408
Het geestelijck visken Remora is ons eygen vleesch.408