HET XI. CAP.
Met hope van loon moet het Cruys ghedraghen worden.225
Ten opsichte vande glorie moet het Cruys ghedraghen worden.225
De hope van glorie, is een troost vanden aerbeydt.226. 227
Waerom dat Christus hem naer de Verryssenisse heeft laten tasten.226
Den loon oft prijs voedt de lanckmoedigheyt.226
Als den Hemel aensien wort, worden alle swaerigheden licht verdraghen.227
Christus de blijdtschap hem voor-ghestelt zijnde, heeft het Cruys verdraghen.228
Moyses siende op de vergheldingh heeft verkosen met het volck Godts gequelt te worden.228
Wat de steenen aenden H. Steven soet ghemaeckt heeft.228
Waerom de menschen soo noy lijden.229
Het Rijck der Hemelen en wort sonder Cruys niet verkreghen.230
De hope van glorie inde quellingh.230
Den penningh daer den Hemel me ghekocht wort ist Cruys en quellingh.231
Yder mensch wilt wel den Hemel besitten, maer en wilt niet lijden.231
Godt is de soetigheyt daer alle swaerigheden door versoet worden.231