HET IX. CAP.
Dat de Minnaers der wellusten het Cruys vlieden.69
Voor een kleyne quellingh kooptmen af de eeuwighe.71. 72
Hoe schadelijck dat is de droefheyt aende ghesontheydt vanden mensch.73
De natuer moet overwonnen worden.74
Hoe den H. Apostel Andreas sich verheughde in het Cruys.Het verlanghen vanden selven tot het
Cruys.75
Die het Schepsel voorstelt aen Godt, en sal den Schepper selfs noyt ghenieten.77