HET I. CAP.
Het Cruys behoedt den mensch vanden val, ende het verwint de bekoringen.320
De vyanden der ziele.320
Hunne bekoringhen.321
Hoe goet ende saligh dat het is somwijlen sieck te zijn.323
Het Cruys der sieckte is een weldaedt der ziele.324
Ongheluckigh zijnse die in teghen-spoet hun leven niet en beteren.326
De kracht van het teecken des H. Cruys.327
De vyanden der ziele worden door het Cruys verjaeght.327
De wapeningh van een Christen-mensch is het Cruys.327
Den H. Benedictus wentelende sich naeckt inde distelen en doornen verwint de bekoringh des vleeschs.328
Den H. Bernardus springhende in den winter in een stilstaende water.329
Den H. Franciscus inden sneeuw.329