Skip to content
1672

De heyr-baene des cruys

Benedictus Haeften

HET XII. CAP.

Dat aen de wellustighe, gierige, en eersuchtighe, en hoofsche menschen geen Cruycen en ontbreken.97

In alle dinghen is ydelheydt, ende quellingh des gheests.97 Hoe schadelijck dat de wellusten zijn.98 Het quaedt der oncuysheydt.100 De Rijckdommen worden doornen genoemt.101 Martyrie vanden gierigaert.101 Afbeeldsel vande helle inden gierighen.102 Aen hoe swaere arbeyden de Eer-sucht onderworpen is.103 De sorgh en slavernije van d'eersuchtighe.104 Aman is droef om dat Mardocheus hem niet en groet.105 Een dichtjen waer in de fouten van t'Hoff beschreven worden.106 Hoe ellendigh het Hofsch leven is.106 Hovelinghen zijn Martelaers vande werelt.107 Philippus den derden wenscht soo langh Eremijdt geweest te hebben, als hy de Croone van Spaenjen gheregeert heeft.107

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De heyr-baene des cruys · Benedictus Haeften · Poetry Cove