HET XIV. CAP.
Datmen in't Cruys sich selven verblijden moet.249
Wat dat is op de harpe oft cyther spelen gheestelijcker wijse.250. 256
Het Cruys is d'oorsaeck van alle vreugt, ende blijdschap.251
T'is een seker voor-teecken vande eeuwighe saligheydt sich in quellingen en Cruycen te verblijden.
Exempelen der ghener die hun in teghen-spoedt verblijdt hebben.253
De tormenten zijn aen Marcus, en Marcellianus vrolijcke maeltijden.254
De H. Thecla achtede de tormenten weelden te wesen.254
De H. Agatha is blijde in pijnen.254
De H. Agnes verheught haer in haere lijf-straffe.254
Hoe de snaren van het Psalter-spel moeten gheraeckt worden.256
De Resignatie in quellinghen is een soete Melodye in d'ooren Godts.256
Die sich ghelijck-vormigh maeckt aenden wille des Heeren, heeft hier rust, en vrede.257
Twee liedekens van Staurophila.258. 259. 260. 261