HET XI. CAP.
Dat de sondaers vanden duyvel een swaerder Cruys opgheleydt wort.89
Niemant is vry van quellinghen.89
De blijdtschap der werelijcke is kort, ende vermenght met droefheden.90
De sorghen, ende Cruycen der Koninghen.91
Sampson verbeeldt de slavernije vanden sondaer.93
Den sondaer heeft noyt ruste.93
Den Esel draeyende den meulen is een figuer vanden sondaer.93
Wat een torment dat is een ongheruste Conscientie.95
Die by de Romeynen ghecruyst wierden moesten hun Cruys selver draghen.96