HET XV. CAP.
Datmen in't Cruys, ende voor dat danck-segginghen doen moet.261 Men moet danckbaer aen Godt zijn in quellingen.262. 266 Iob bedanckt Godt in sijn ellenden.262. 266 In weldaeden danckbaer zijn, is een saeck van kleynen ghewichte.263 Eenen Deo gratias, oft Godt loont, in teghen-spoedt, is van grooter waerde, als ses duysent in voor-spoedt.263 Ghelijck de gulde Roede vanden Koningh Assuerus, alsoo moet oock het Cruys ghekust worden.264 Het Cruys en quellingh moeten met eenen kus aenveert worden.264 Het ghequel is aende godtvruchtighe een vertroostingh.265 De Persianen bedanckten den Koningh, als hy hun oock ten onrechte hadde doen gheesselen.265 Te lijden voor Godt, is meer als dooden verwecken.265 Den H. Bonifacius Martelaer met de pooten der beesten verscheurt zijnde, is blijde.266 Den H. Saturninus bedanckt Godt in de tormenten.266
Den H. Laurentius gebraden zijnde, danckt God.266 Den H. Theodorus bedanckte Godt, als hy ghemarteliseert wirt.267 Den H. Servulus singht aenden Heere loff-sanghen in sijne sieckte van lammicheydt.267 Den H. Iacobus danckt Godt soo dickwils als hem een lidt wirt afghesneden.267 Den H. Cyprianus gehoort hebbende het vonnis van sijne doodt, seyde, Godt loont.267 De H. Clara danckt Godt in sieckten.267 Die aen Godt danckbaer is in quellinghen, wort aende Martelaers ghelijck gemaeckt.268. 269 De gramschap Godts is vol van bermhertigheden.268 T'is de meeste Godts-dienstigheyt Godt te bedancken in kranckheden.269 Wat een goet-ghebedt dat is Deo gratias, oft Godt loont.269 Iob gheslaghen zijnde als een klock, gaf een soet gheluyt uyt.270 Te klaghen van Godt in lijden, is een teecken van een ondanckbaer mensch.271 De danck-seggingh onderscheyt de goede vande quade.271
Cookies on Poetry Cove