XI.
Daar was doen voort te speuren
Dijne lichtverdicheyt
Die ghy ghenoech beweest
Dat ghy t' aansichts coleuren
Verkoost voor de wijsheydt
End' voor de deugden meest
Hoort ongestadich geest
Nu doet ghy eeven soo
Dat ghy Helenam snoo
Met haren Griecxsen treyn
Stelt voor Oenone reyn.