III.
Ben ickt niet die u leerde
Aller gedierten vanck
En ghy waart mynen knecht
Sijt ghy niet die my eerde
End my tot minnen dwanck
Door u soet vleyen recht
Sijt ghy het oock niet segt
Dien ick beminde ras
Daarick een Nymphe was
End dagelijcx begeert
Om myne schoonheyt weert.