V.
Doch suer verwerf,
Och wilde t' hooft der Goden
Dat Troyens erf
Noch waar in sijn geheel
Troyen versterf
End' haar vernielde dooden
Sijn mijn verderf
End' ongeluckich deel
Dat ick u derf
Vlysses cloeck end' eel
Och oft der reyn Godinnen,,kerck,
Noyt waar ontwijdt van binnen,,sterck,
Sulcx was wel losser sinnen,,werck,
End' aangeroert te veel.