Skip to content
1656

Zederymen

Anthony Jansen

Zangh: Als Boxvoetje, &c.

I. ZOo deugde, de vreugde, des menschen bepaalt, Als 't herte // in smerte // noch jammer meer dwaalt: Dan is het vermaak, een heerlijke zaak Die voorige droefheit met blijdschap betaalt.

I I. Een vroome die, zedigh en lieflijk van aart, Zich matigh // en statigh // noit angstigh bezwaart, Is lustigh en zoet // en fris van gemoet, Doch onder zijn vrolijkheit blijft hy bewaart.

I I I. Geen Amfions snaren en dartele luit, Noch 't streelen // en speelen van Orféus fluit, Apollos getier // op harpe noch lier Verlokken zijn lusten ter zonde niet uit.

I V. Zoo weinich als de droefheit uit deugde ontstaat, Zoo groeyen // noch vloeyen geen vreugden van 't quaat. Geen wijsheit belet // de blijdschap, maar zett De vreugde op reden die nimmer vergaat.

V. De wegen des Heeren volstandigh te gaan Doen klaarlijk // en waarlijk zijn goetheit verstaen: Die kennis baart vreugt // die heiligh verheugt, Gelijk ook het tegendeel droefheit brengt aan.

V I. Dus wilt ghy God dienen, behoudens uw lust, Hout grondigh // het zondig'// bewegen geblust: Voor d'ader des quaads // dan 't goed in de plaatz', Zoo leeft ghy geduurigh in blijdschap en rust'.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Zederymen · Anthony Jansen · Poetry Cove