G.
Opwekkinge ter deugde.
Ghy die zorgvuldigh bezigh zijt.1
Ghy die van deze dooling vry.5
Gelooft ghy als Gods Zoon.80
Geen ding is waardigh te beminnen.108
Opwaszinge ter volmaaktheit.
Godts woort, waar in Gods aart, etc.136
Gods Zoon, om openbaar.158
God verlaat zijn dienaars niet170
Geen zoeter reuk kan ons de etc.177
Geen lof maakt heerlijk.179
God geeft u tot vermaak.235
Gelijk men 's winters ziet de naakt' etc.246
Gods kinderen worden groot etc.82
Schade der ledige t'zamenspraken.
Gaat door den dichten drang van 's menschen.246