Zangh: O schoonste Perzoonaadje.
I. KOom hier, die zijt genegen Tot ydlen pronk en blinkende gewaden: Koom laat ons overwegen De reden van uw lastige cieraden; Vw lust behoort // Ook aan Gods Woort De proef te durven wagen: Of, kan 't niet wezen, Ghy moet u dan na
dezen Anders dragen.
I I. Die heerlijk en verheven In aanzien zijt ja Koninklijk in waarde, Wat is uw' vlugtigh leven? Een rook en damp. uw lichaam stof en aarde. Wat hebt ghy meer // om voor den Heer In 't oordeel te verschijnen? Hebt ghy geen deugde, Helaas! uw staat en vreugde Moet verdwijnen.
I I I. Dien grooten Dagh des Heeren Die alle schijn en uitvlugt sal ontdekken, Moet u voorsichtigh leeren Vw inzicht na 't believen Gods te strekken; Op dat ghy niet // uw onheil ziet Als 't alles is verlooren. 't Is tegen reden Dat 's weerelts ydelheden V bekooren.
I V. Wilt u gemoed vercieren, Met heiligheit, in onverdrietelijk poogen, Om, stil en goedertieren, Oprecht en kuis, te leven voor Gods oogen. Het aards cieraet // voegt niemants staat.
Dus, zijt ghy rijk van have, Diend elk ten goede, In nedrigen gemoede, Met uw gave.
V. Indien ghy dan, ontbonden Van hoovaardy, van meer en minder quaden, Vw lust neemt om de zonden t'Ontwortelen, en yder af te raden; Om Christus Wett // u voorgezett, Gehoorzaam te vervullen: Ziet of die Eeren V noch, na 't aarts begeeren, Volgen zullen.
V I. Gebruik uw schat en staten, Tot voordeel van den Godsdienst en den zwakken. De staat zal u verlaten. Vw rijkdom en uw glory zal ontzakken. Maar in die deugt // zal 's hemels vreugt Vw ziel zoo sterk bevangen, Dat ghy, verschoven, Te vieriger na boven Zult verlangen.
Cookies on Poetry Cove