W.
WAnneer den mensch aandachtigh, &c.34
Wel hem, die achteloos den zijwegh etc.37
Wat dwazer ding verzint den mensch.60
Nedrigheits oorzaak.
Waar toe gepronkt uw aardze leden.111
Waarde kuisheit hemels kint.127
Wech, wech alle quade lusten.100
Wilt der zonden straf besnoeyen.214
Waar henen voert de ongebonden lust.219
Toepaszing der vier tijden des Jaars.
Wanneer de Lente komt met etc.244