Naer de voys. Een Kindeken sa louelyck: etc. VErblijdt u al, ghy Christen schaer,
En wilt nu vrolijck singen, Prijst Godt onsen, Hemelschen Vaer, En wilt hem loff, toebringen, Want hy door sijn, bermherticheit: Gen. 3.12.De Mesias, die was voorseijt, Ons goedich heeft gegeuen, Luc.2.11.Christus de Heer, in Jsrael: Esai.7.14.Onsen heylant, Emanuel, Des wilt in vreuchden leuen. Jer. 25.33.Siet een vreucht der gerechtigheit, Heerlick, hooch ghepresen Num.24.17. De Steer in Jacop toegeseyt, Js claer opgeresen, Apoc. 5. 5.De Leuu van Juda, groot van Cracht, Esa.9. 5.Een stercke belt, veruult met macht, Het zaet, seer hooch van werden: Gen.12.22.Waer door wy worden, breedt en wijt, Salich en ghebenedijt: Js gecomen op erden. Des weest niet stil, O Christenheyt, Maer dancket Godt van bouen, U hert en zielle, sy bereijt, Stadich Godt te louen, Luc.2.11.Want ons een Kindeken, is geboren, Dat ons verlooft, van godes tooren, Col.2.20.En brengt ons, tot genaden, Des singet al, van herten blij: Halleluja, Ghelooft Godt sy Uan alle zijn weldaden. Dit Kindeken, Genade rijck,
Js Godes Soon ghepresen, Uan eender Maget, suyuerlijck,Luc.1.31. Geboren so wy lessen: Te Bethlehem, Jnt Jodtsche landt,Esai 9 14. Genamt Jesus, onsen heylandt,Mich.5.1. Een Kindeken seer reene,Luc. 1. 25. Waer ons dit Kindeken, niet geboren, Wy bleuen altemael verlooren, Het brengt ons wt ghemeene. Des looft den Heer, ghy Christenen al, Uan sijn groote weldaden, Die tot ons in, dit aertsche dal, Om ons van Sondt, tontladen: Uan bouen wt, des Hemels troon,Joh. 4. Gesonden heeft, sijn lieuen Soon, Wilt hem hertlijck prijsen Singt loff en danck, minst ende meest, Godt Uader, Soon, en heylige Geest, Wilt Godt eer bewijsen. Wy dancken dy, Godt Uader rijck, U louen wy van herten, Wy prijsen dy, alle ghelijck. Ghy helpet ons wt| smerten, O Godes Soon, u dancken wy, Ghy die ons maeckt, van sonden vrij, En brengt ons tot Genaden, O heylige dryeenicheit, Weest gelooft inder eeuwicheit, Uan alle weldaet Amen. FINIS.
Cookies on Poetry Cove