Derde uytkomst.
De Damaste-bloem.
SO lief gelijck ons was het schijnsel onser dagen,
Was ons, ô Broeders, oock den ingang van u vragen,
Door dien elck een van ons beminde Phoebi Licht.
Het nodighst (dijn begeert) was oock meed' ons behagen,
En 'tvoorderlijckst wy staegh behouden in't gezicht:
Des wilt in danck ontfaen ons (best, doch) slecht gedicht,
Als zijnde jong en zwack na alles ons te voegen:
Hy poogt sijn best te doen, die soeckt na 'tgeen hy vint,
'tVeel-bultigh Moom-bedrijf te doornig is om ploegen,
'tIs wel, so ghy-luyd' schept aen't werck een goet genoegen,
Van ons Damaste-blom, die toont dat Liefde Vervvint.
Oeff'ningh leer u.
Liefde vervvint.