Delff tot Vlaerdingh.
MET Sulcken jonst en Liefd' (ô schoon Matresse konstich)
Als ghy uwe Dienaers hier nu ontfancklijck zijt,
Even met zulcken lust en liefde t'uwaerts jonstich,
So spreken wy u danck, met harten seer verblijt:
En vermits sich vertoont den voorbestemden tijt,
So komt de Rapen-bloem om voorder in te treden
Binnen t'Vlaerdings geheym, daer den Akerboom wijt
Seer konstich Aensiet Liefd' vervolgens recht en reden,
Dies Wy Rapen geneucht (als Rethorices leden)
In uwer konsten feest die wy hier mercken aen:
Dus ghy Vlaerdingsche Maecht out vermaert in wijsheden,
Neemt danck'lick onsen groet, vrientlijck aen u gedaen.
Wy rapen gheneucht