Prince.
Eeuwige Prins Iehova hoogste Heer,
Mijn herte teer // in angst is en vol rouwen,
Om dat ick nu verstoten ben zo seer,
Hoe langs hoe meer // mijn leden slap verflouwen.
Helpt my doch eens uyt sulcken zwaer benouwen;
Verlicht de Mensch door uwes Geestes kracht,
Op dat hy leer nijt, strijt, en boosheyt schouwen,
En niet en val in Satans sture macht,
Die hem omrant als een Leeu dach en nacht,
Om voor sijn aes den zelven te verslinden.
O Vader goet, geeft dat hy niet en tracht,
Dan om sijn hert in need'righeyt t'ontbinden,
So mach ick hem tot my genegen vinden,
En zeggen vry, ô Lucifer 'sDuyvels kint.
Och vvaer de Mensch doch eens tot my gesint!