Noot-dorp tot Vlaerdingh.
NAdien de reden-konst verweckt (door liefd' en lust)
der Toe-hoorders gemoet, ja zelfs de Ziel van binnen,
So dat het 'tstichtigh werck van Redenaers bewust,
Treckt 'therte tot de konst, die, dies als wy beminnen.
Hier op, ô Vlaerding Maecht, wy ons bekoorde zinnen
geoffert hebben u, als op d'Altaer van trouw,
Hopende dat ghy ons sult lonen na wy winnen,
Als van dees Red'naers een Voestersse ende Vrouw:
Want wy Damast-bloemkens vervrolickt buyten rouw,
Verzoeken (gelijck als gewees is u begeren)
het Aker-boomken nut, op dat so elck wel wou,
Ons komst in konsten slecht, haer kroning mocht vermeren,
En daer na sich dan tot een oprecht oordeel keren.