Prince.
Ghy Princen die noch twist, ophoudet doch by tyden,
En wilt om 'tis, 'ten is, so seer doch niet meer stryden,
Maeckt dat de liefde doch by u weer leven mach:
Om een kleyn zake wilt elck and'ren niet benyden,
Dat twedracht doch so licht niet kome voor den dach,
Op datmen nu voortaen en hore geen geklach,
En datmen leef in vree van binnen ende buyten,
So sal de vyandt oock meer maken geen gewach
om u t'omranden, of de handen toe te sluyten,
Denckt dat het meeste goet uyt d'eendracht doch moet spruyten,
Haer Minnaers tot geen tijt men lichtelick bestee,
Twistige woorden dan voortaen niet en wilt uyten.
Dus baert onvrede vree, en vrede vveer onvree.
Aensiet de Ionckheyt.