Vlaerdingh tot Noot-dorp.
KOmt aen ô Nodigh Dorp, komt aen (ghy zijt van node)
met uwen eer-sleep van rijm-lievende genode,
In't nodigh van 'tGemeen, in't vorderlijck voor 'tLandt,
En middelt voor de noodt het nodighst onderstandt.
Nu wel aen nodigh volck, die uyt zijt om verwinne
met Liefde, treet niet Lief tot mijnder Poorte inne,
En wilt u liefdig hert, dat na eer en prijs haeckt,
verzaden met het groen dat 'treed'rijck hert vermaeckt.