Skip to content
1617

Vlaerdings redenrijck-bergh

Anoniem

Prince.

Als elck dan eygen baet soeckt door sijn onverstandt, So komt on-min weer voort, die minne doet vertrecken. Oneenigheyt die bloeyt tot verderf van het Landt, Gebroocken wordt terstondt den gulden eendrachts bandt, De herten tegen een haet ende nijt ontdecken: Elck ziet wel d'anders feyl, maer niet sijn eygen vlecken. Die is den kancker boos die d'Gemeent brengt in pijn, 'tVerderf van ware vree, die oorloch doet opwecken. Och wee daer't soo moet gaen! want zulcke Landen zijn licht om verwinnen zaen, door 'tvyants valschen schijn: Maer daermen op liefd' baut, en volcht de waerheyt mee, Daer laet Godt blijcken ziet sijn liefd' genadich fijn. Dus baert onvrede vree, en vrede vveer onvree.

In Liefde ghetrauwe. Een mijn heyl.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.