Skip to content
1617

Vlaerdings redenrijck-bergh

Anoniem

2 Deel, 1 uytkomen. Een Kapiteyn vande Volsen met sijn suite.

T'Is tijt, als tijt ons geeft tijt om te nemen waer, Te bruycken tijt in tijts, en wy die in gevaer wagen ons lijf en goet, om anderen te dwingen, Door den bequamen tijt haer steden te omringen, Zijn wacker als den haen, en horen romentom offer niet open is, in tijts hoortmen de trom, Indien de vyant slaept en broeyt in synen slommer, Door trotse dertelheyt, veel tweedracht ende kommer. Romen 'tis u gemunt, ghy die u Borgers weckt tot oproer en tweedracht. Ons Leger tot u treckt, En sal u, eer ghy't waent, in u tweedracht betrapen, En schenden uwe eer, als ghy sult liggen slapen.

'tHart huppelt my in't lijf. Ick zie den wreeden Mars, Lonckoogende op my, en lachtend' over dwars. Wy hebben goeden moet, en hopen te bekomen Door tweedracht desen volcx 'tgebieden over Romen. Den Wolf als hy beloert een Schaep, vreest hy den Hont, So haest den Hont hem keert, betraept hy het terstont. De Vos, wanneer hy hoort den Wijngaert-wachter snuyven, Komt nader voet voor voet, en steelt de rype druyven. En terwijl Romen nu vast slommert in tweedracht, So salse zijn beloert van diese niet en acht. ‘Want door eendrachtigheyt is een lant sterck en krachtich En door Inlantse onvree winnelijck en onmachtich.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vlaerdings redenrijck-bergh · Anoniem · Poetry Cove