5 Handelinge, 3 Verschoninge.
VVijsheyt, Gerechtigheyt, Liefde, Eendracht.
GEsusters hier zijn wy nu voor des Eendrachts huys.
Gerechtigheyt
De deur geopent wert; Heer ziet doch wat een kruys,
Hoe zit dees arme Maecht met haer bebloede wonden?
Hoe zijn dees pylen, ziet, gequetst en heel ontbonden!
Liefde
Godt hoedt u waerde Maecht, Godt help u uyt verstrangen.
Eendracht
O Liefde! zijt ghy daer? na u stont mijn verlangen,
al over langen tijt: nu is mijn hert verheucht,
Want ghy, ô waerde Vrou, alleen my helpen meucht.
Help, help, wacht niet langer niet, helpt my doch uyt d'elende.
Liefde
Tot uwer hulpen oock ick my tot uwaerts wende,
Met dees mijn Susters twe, langt ons u Pylen hier.
Wijsheyt.
Siet desen is gequetst, en dien gebroken schier.
Liefde
Verwerpt die uyt 'tgebont, dees twe daer voor sult steken,
Die nieu zijn ende sterck, die zullen niet haest breken,
Nu altesamen weer gebonden sijt en vast.
Wijsheyt
Siet hoe 'tgebousel nu wel in den and'ren past,
Nu krijgt sy weder verruw, nu sal sy haer verkloecken.
Gerechtigheyt
Wech met dit hulsel, wech met dees bebloeyde doecken,
Het kermen heeft een eynd', het treuren is gedaen.
Wijsheyt
Nu machmen vryelick weer op de strate gaen,
Wy moeten wederom ons hier te land' verthonen.