3. Gheschiedenisse, 3. VVtcoomst.
Advocaat. VVIE ist die als Ghesant Gheomen seyt te zijn van eenich Conincx wegen? Spaansghesinde. Mijn Heer, tot des Lants nut so was mijn hart ghenegen, En daar toe zy ick oock (alzoot' haar vint beswaart) Door Spaanschen Conincx last eygentlijck afghevaart, Niet om soecken yet nieus, maar uyt een lieft natuirlick, Die onsen Coninck draacht hier tot het Lant als buirlick, Te meer, doordien hy weet dat het lant sich gheheel Is vindende belast, beladen met crackeel, Sulcx dat het sich daar door vint in veel swarigheden: Hy toont sijn credenti. Siet een Credentij-brief, die hy my (om tot vreeden Te raden hier het Lant) met macht ghegheven // heeft. Advocaat. Den Spaanschen Coninck noyt veel goets bedreven // heeft, Die t'Lant oyt dienstich was, doch willen wy wel hooren T'gunt ghy tot ghemeens nut alhier wilt brengen vooren, Op dat ick sulcx verkond' an t'Landt en haren raat. Spaansghesinde.
Mijn Heere, dat het Lant in dees bedroufden staat Is, en comt nieuwers door, dan door het onderwinden Vanden te breeden raat der Staten: t'ondervinden Van dies men mercken can door de ervarentheyt, Want daar veel hoofden zijn, daar zijn oock (zomen seyt) Veel zinnen: Dies oock t'Lant dat sich so laat regeeren Comt in veel swaricheyts, in verdriet en verseeren, Het welck so sy gezint was tot een Prins alleen Niet gheschieden en sou, maar rust soud' by t'ghemeen Steets wesen, Dies soud' ick t'Lant en u allen raden, Dat ghy u stellen sout onder s'Conincx ghenaden, En hem als Prins alleen liet regeeren met macht, So soud' hy t'drouve lant helpen met gantscher cracht, En het ghemeen, t'welck nu dolkoppich in sijn dingen Woedend' en rasend' is, met ghewelt alzo dwinghen, Dat het gheen tweedracht meer soud' brengen in het lant. Advocaat. Soud' u dat duncken goet? Spaansghesinde. Jaat: want alsmen ter handt Gaat nemen s'Conincx macht, so sal t'ghemeen sich vreesen, Ja sal eens dorven niet kicken noch moedich weesen. T'oude Keysers placcaat en streng gheboden weth, Waar door dat lijf en goet vant t'ghemeen wart verpleth, Sulcx dat t'veelhoofdich dier (twelck anders syne crachten Baart) t'onder wart ghedruckt, waar door dan des lants machten Blyven in hun gheheel, vast en oock onbevleckt. Advocaat. Ick sal t'lant doen vertooch, soot u ghelieft vertreckt So lang tot dat bequaam de zaack in goet bedencken Ghenomen wesen sal, om het Lant minst te krencken, Men sal daar naar mijn Heer ontbieden soo't behoort. Spaansghesinde. Mynen raat Sprvyt vyt Lieft mijn Heere, als ghy spoort. Ick gaa, Wijslick beraat dy tot t'ghemeen welvaren. Binnen. Advocaat. God behoed' u en t'Lant voor alle quade scharen.
Cookies on Poetry Cove