Inkomste. Van de Kamer van Soetermeer. De Meer-bloem.
Liefde des vaderlants.
HOllandt is dese rijcke Maecht
Daermen dus om loopt vryen:
De Vryers die'r na hebben gevraecht,
Zijn de Monarchyen.
Vlardingh tot Soetermeer.
O Soetermeer, die op de gelijckheyt der dingen
so nauwe hebt gelet, in't Reed'rijck voort te bringen,
Datt' al ruyckt na de Meer dat van u Meere koemt,
Of het snackt na het zoet daerm' u zoet mede noemt:
Niet min u Bloem en is van merende soethede;
Het Lichaem sy reynicht, en sal het leven mede
een zoeten zachten slaep gerustich brengen aen;
Kom, kom soet merend' soet, laet mijn u soet ontfaen.