4
Singht een Liedeken van vijf veerskens, op den zin
Liedts zin. 6. 4. en 2. Wijnpinten.Door eendracht, die macht maeckt, is een Landt sterck en krachtich:
Maer door inlandtsch onvree winnelick en onmachtich.
De drie die alderbest den oorsprongh en beghin
van d'onmacht ende macht, oock van d'onmin en min
bewesen hebben, zijn na verdienst loon verwachtich.
Tbeste zingen. 3. en 2. Schalen.De twee die heure stemm' doen klincken zoetst-hoor'gh achtich,
Ghenieten met heur tween twee verdiensten van Tin.
Tveerste komen. 2 Stoops-vlessen met den Wijn.En die van 'tveerste komt, zal ick voor sijn wegh gheven
twee Stoopen goeden Wijn, met 'tgheen daer aen zal kleven.
Meed'- susters dits de Prijs die te verdienen is;
Ick bekenn' wel, het doen dat is veel meerder waerdich,
Maer de Prijs is het minst, 'tis om de eer rechtvaerdich
die ghestelt wort int huys der eeuw'gher ghedacht'nis.