Prince.
Want g'lijck ondanckbaar t'sijn, wel is het meeste quaat
Datmen tegen d'Oud'ren kan doen t'eeniger stonden,
So is daar teegens weer-liefd', de grootste weldaat
Die men an hun kan doen, naar des wijsheyts oirconden:
Want Liefde danckbaarheyt verweckt uyt s'harten gronden,
En doet een weder-lieft in alles coomen uyt,
Baart vreede en eendracht, doet oock wachten van sonden,
Is der deuchden oorspronck, want t'all' Wt Liefden Sprvyt
Dat deucht mach zijn genaamt. D'olijf-boom, overluyt
De Liefd' ist alleen die't all' begrijpt veelvuldich,
Is een Moeder der deucht die het quaat kan af troonen:
Daarom de Kind'ren oock niet dan Liefde geduldich
D'Ouders schultplichtich zijn, om in als te verschoonen,
En voor d'bevvesen Liefd', vveder Liefd' te betoonen.
T'spruyt uyt Liefd'
Schout nijt altijt.
G. Loockefier.