Skip to content
1617

Vlaerdings redenrijck-bergh

Anoniem

3. Gheschiedenisse, 1. VVtcomst.

T'Ghemeen, Eergier, Nijt, Haat, Twist, Twedracht, Toorne. Eergier blaast tGemeen met een pype in d'Oore.

T'Ghemeen zeyt: VVAt mach het baten my ofmen my schoon siet bloeyen In weelden, en ofmen mijn rijckdom steets ziet groeyen, Als ick door al mijn goet daar op ick my verlaat, Niet comen can tot wensch van eenen hooghen staat? Hoocheyt van eer my quelt, en tot aansien der Menschen, Met s'werelts luyster schoon so staat nu al mijn wenschen.

Hier blaast Nijt als voren. Wat sal ick dan gaan doen? wat sal ick laten dan? Want zo ick t'geender tijt tot eeren comen can, So sal hier dit mijn hart onrustich t'allen daghen, Door nydicheyts gewoel gheheel hem gaan doorknaghen, Als ick aenschouwen moet dat ander tot dees stont Verheven zijn zeer hooch, en ick legh inden gront.

Haat blaast hem. So barst mijn harte dan van nijt, haat voel ick comen: Ja den haat heeft het hart alreede inghenomen, Op al de gheene die my gaan beletten d'eer Van des ghebiedens macht, die ick alleen begheer. Haat verweckt een opset om dit alles te wreecken, Wreecken so sal ick't oock, of t'sal aen macht ghebreecken.

Hier blaast de Twist. Vind' ick nu oock gheen stof bereyt in mijn gemoet, Die my in mijn voorneem' oock hoope houden doet? Want oorsaecken van twist, daar door ick haar wil quellen Heb ick met hoopen groot om t'Lant ter neer te vellen, En nemen met ghemack de plaats van eeren in, Wanneer ick ander krijch door tweedracht na mijn sin.

Hier blaast tweedracht. Tweedracht sal my den wech daar toe volcomen baanen, Als ick het eene deel leyde door het wel waanen, Na mijn sin en ghemoet; mijn hart oock vierich brant, En is daar toe gheschickt, bereyt aan allen kant: Sulcx dat ick met begheer na de tweedracht ga haacken, Om zo door nieuwicheyt t'comen tot hooge saacken.

Toorne blaast. Van toorne werd' ick dul, sulcx ick niet doe dan rasen, Om het tweedrachtich vier noch meerder op te blasen. Nu dan, ick wil door cracht tot eeren comen doch, En waghen goet en lust, met oock het leven noch: Hy loopt toornich binnen. Dit's mijn voornemen nu, Toorne maackt dees ghesetten, Want als d'Ghemeente raast past sy op Heer noch Wetten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vlaerdings redenrijck-bergh · Anoniem · Poetry Cove