Skip to content
1617

Vlaerdings redenrijck-bergh

Anoniem

1 Deel, 4 uytkomen. Cicinius.

WAT heeft ons doch so lang gehouden in den toom? Wat dwingt ons vrye hert te leven in den schroom? Wat hout het warme bloet verstopt in de conduyten, Sonder dat het ten mont en neuse uyt sal spruyten? Te lang, ja veel te lang zijn wy vervolcht geweest van die, die ons aenzien als 'tlastdragende beest. En is den Ezel niet voor last der haever waerdich? Zijn wy geen Rooms geslacht? Sa maeckt de wapens vaerdich, Vereyst u vryigheyt, gedenckt den ouden tijt, Gedenckt de moeyt en pijn waer door wy zijn bevrijt, En denckt dat die u krenckt van d'uwe is gesproten. Brutus Gedenckt dat door ons bloet haer zegels zijn begoten. Sa, maeckt u tsamen ree te trecken na de mart, Om ons gerechtigheyt te verkrygen door tart van ons blinckende stael. wie sal ons dat verbieden? Cicinius Niemant immermeer. voort, en laetet so geschieden. Steeckt dan de handen op, en zweert te saem met my te wesen die ontrou die ongerechtich zy, En roept met luyde stem, tot trots die ons verderven, Noch bloeyt de oude deucht, die nimmermeer sal sterven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vlaerdings redenrijck-bergh · Anoniem · Poetry Cove