Skip to content
1617

Vlaerdings redenrijck-bergh

Anoniem

Op de voys, Een vinxken. blinden ijver en ydel voorstel wandelende over 'tToneel.

WEest nu, ô mijn Ziel! vermaeckt doch, Ende den Heere prijst, Welckens wijsheden genaeckt noch elck die hem eer bewijst. Hy ist die door gebeden sendt Eenigheyt, die ter Steden jent maeckt dat een ider reden kent, So bethonende wis Wat 'tGemeen nodigst is.

V heb ick aldermeest gekent Heere ter noot, Gezeten inden schoot der Nederlandtsche Maecht, Om bewysen eyndtlick hoe het u oyt verdroot, Dat de schaemte schaemroot ons soud' hebben geplaecht, Hebt ghy gewesen aen, sulckes ghy noch toedraecht Regering Godd'lick, die Eenderley gezint plant,SOLVTIE Nodighste voor 'tGemeen, en vorderlickste 'tLant.

Wie en soude niet loven u O Heere seer oprecht? Den welcken giet van boven nu Over Heere en Knecht Eenderleye gezinte goet,

Die geeft in haer beginte vroet D'aldersterckste gebinte voet, Waer op na wil en lust 'sLants vorderlijckste rust.

Nu t'samen Tonge, Mont, en Lippen, baert geluyt, 'tBinnenst' gedacht ontsluyt des Heeren wonder wercken, Die't eenigh een'ge leert, daer all' welvaert uyt spruyt, Vertoevet niet, spreeckt uyt, want onse Ogen mercken Dat hy alleene stiert tot onses lijf verstercken, SOLVTIERegering Godd'lick, die Eenderley gezint plant, Nodighste voor 'tGemeen, en vorderlickste 'tLant.

Wel aen mijn Leden t'samen al, V voor den Heere buycht, Niemande ons beschamen sal, Dus zijnde overtuycht, Hem doch voor dees weldade kroont, Want by ons sijn genade woont, Daer over vrough en spade toont Met danckbare begeert Wie 'tGemeen nodichst leert.

Ghy Princen 'tis alzo, ende oock bekent wel, Dat wy noyt in gequel hadden beter grondt-vest, Prijs'licker ding noch hoop, oft waerdiger voedtsel, Geen naderen wech snel, dit is de alderbest Tot een goeden uytkomst, Ick segge op het lest, SOLVTIERegering Godd'lick, die Eenderley gezint plant, Nodighste voor 'tGemeen, en vorderlickste 'tLant.

Prinslijcke Aker-Boomken hoogh Dies oock ter herten neemt, Hebbende op't Gouds-Bloemken oogh, Houdet dit niet voor vreemt, Want sulx oneene dingen stildt, Kan veel nutte voortbringen mildt, Wanneer-men rechts gehingen wildt Dees middel t'eenen deel, En Godt ick u beveel.

Binnen. Blinden ijver.

TVsschen haer en ons is voorwaer wel een wijdt scheel, Sy mach met luyder keel wel zingen, wat doen wy?

Ydel voorstel Nemen terstondt afscheyt, want niet is ons gespeel: Maer gantsch en int geheel gedaen met u en my, Want daer-men Aensiet Liefd', daer moet ick ende ghy doch leggen inde ly, ofte gantsch in onmacht. Blinden ijver Hoe eer hoe beter dan, doch met herten onbly, Neemt oorlof, blijft daer by, u voornemen betracht. Ydel voorstel Oorlof aen u al t'saem, die met goede voordacht d'uytkomste hebt verwacht, sy gewordet u terstondt: Scheen ons gedicht en zin wat slechtelijck gewracht, Doet daer over geen klacht, maer ons u goet hert jont, Denckt 'tis Wt Ionsten al Begrepen tot een vondt, Hier binnen 'sWerelt ront, om vreugde te ontvouwen. Blinden ijver Van u goede gehoor en stilzwygende mont dancken wy inden gront die quaemt om dit t'aenschouwen, Was daer fault of redijt in't spelen, 'tgaet ons rouwen, Willet ten goeden houwen: Hier mede u afscheyt, Ende van Godt gewenscht dat hy u wil bedouwen met een heel vast betrouwen in Christo de waerheyt, Ydel voorstel Die ons na dese tijt int Rijck der vreed' geleyt.

VVt Ionsten begrepen. Per I. Lucasz. Sasch. Gods Wet // is net.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vlaerdings redenrijck-bergh · Anoniem · Poetry Cove