Skip to content
1622

Venus minne-gifjens

Anoniem

Stemme: Wanneer ick slaap, &c. MEt dat de Zon Naar ghewoonte weer Zijn glans begon Te stralen, meer en meer Wt de bruyssighe Zee, En Aurora mee Hem den wech bereyd’: Doen sach ick een Meydt Staan schuren haar tobb’ by gheval Ontrent het swarte Huys, op de Wal.

Ick zeyd’haer, troost! Hoe dus vroegh in’t til? Wel mijn Soost (Zeyd’se) wat is u wil Staan ick jouw inde weegh Of wilje een veegh Hebben van dit goet? En stracx zy ’t oock doet En gheeft my een streeck, in het mal, Over Hoet, over Kleet, over al.

Ick neem haar weer En legg’ze int gras Rugghelings neer, Want het doen mijn beurt was, En duw’ze in het groen Met een aardighe soen, Sy smyt, en zy jockt Zy vringhd’, en zy tockt De rock over ’t hooft, en ick sagh Haer bloot en naackt zooze voor my lagh.

Wat kon ick min Als haer decken doen, En ‘tscheen haar sin Naar ick doen kost vermoen, Haer tobbetjen was vuyl, Priapus te kuyl Die schuertet schoon om, Terwijl leytse stom, Maer doen hy hiel stil, riepze och! Noch eens als een Man, ay! repje noch. Ronsaeus.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Venus minne-gifjens · Anoniem · Poetry Cove