Skip to content
1622

Venus minne-gifjens

Anoniem

Stemme: Ick heb ghezien den tijdt. T’Schadelijckste fenijn,, naar veel wijse vermonden En oock betomen fijn,, is een qua tongh bevonden. Eer rooven t’aller stonden,, is haar natueren aart So dat meer syn verslonden,, door haar, als door het swaart. ‘tSerpent dipsas, wiens beet,, een dorst baart onversadigh Daar niemant raat toe weet,, maar drincken moet gestadigh

Soo langh, al is ’t seer schadigh,, dat het hen d’ad’ren schuert Doot fel, doch meer moordadich,, quaat door de tongh ghebuert. Seps crachten men vertelt,, een quaat vergift te vvesen Den ghenen diese velt,, verdvvynt sonder ghenesen, Nochtans verd’ boven desen,, de tongh bevonden vvert Die schiet ’t fenyn mispresen,, (door nyt) in elckx hert. Niet dat hy maar alleen,, den Mensch berooft van’t leven Maar smoort, door valsche reen,, zyn faam, zyn eer daar neven Haar fenynich ingheven,, ’thert dootlijck doorkerft, ’T gheen door haar vvert bedreven,, Land en Luyden bederft. Wat soudy achten meer,, mocht nu hier yemant vraghen: Ontroving van u Eer,, of corting van u daghen? Ick acht meest elck souvv’ vvaghen,, en kiesen d’Eer voor’t best, Liever de doot verdraghen,, dan eerloos zyn in’t lest. Want hulp, bystant, noch raat,, is om den vvond’ te heelen, Die een qua tonghe slaat, zy soect listich t’ontsteelen Door haar fenynich quelen,, ‘tgheen by den vroomen vvoont, Haar vveldoeners beveelen,, zy ’t goedt met eerdieft loont. Ghy achter-clappers boos, die door u nydich vvroeten Den vroomen soect altoos,, te treen onder u voeten, Wat loon sal u versoeten,, als vvaarheyt comt ter baan? Met schand’ suldy dan moeten,, door ’t selfde svvaart vergaan. Wie can’t ontvlien?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Venus minne-gifjens · Anoniem · Poetry Cove