C Na de wijse: O Syon wilt v vergaren. O Heer wilt my verhooren Ick sing v een droeuich Liet Psa. 51, 7.In sondt ben ick gheboren Beken ick met Dauid siet Rom. 7, 7Want uwe woort O Heere My eerst de sonden aenwees Esai. 1, 6.Van thooft vol, tot de voeten neere manas. 5.Ja meere, dan tzant des zees. O Heer mijn sonden zijn meere
Dan die hayren op mijn hooft Sy weghen my ter neere En hebben my v berooft Ick meynde, ick was een Christen Doen ick heel vleesschelijck liep Den wech der waerheyt ick miste In Babels arm ick sliep. Psal. 51, 9 Manass. 9 O Heer voor v alleene Heb ick sonden, quaet ghedaen psal. 6, 7Ick mach wel suchten en weenen luc. 18, 13.Mijn ooghen ter aerden slaen O Heer ick ben niet weerdich Te heeten v dienaer goet Ick was wilt ende hooueerdich Ghierich, stout, boos en verwoet. O Heer tzaet vander Slanghe Ontfing ick in Adams aert Daer mede ghinck ick swanghe En heb Sathans vrucht ghebaert Gulsicheyt, kijf en twiste Ephe. 5, 3 Gal. 5, 20.Haet, nijt, lueghen meedt Oncuysch, meyneedich en liste Dronckenschap en ouertreedt. Manas. 10 O Heer ick buych de knien mijns herten Met Manasse den Coninck vroom Mijn sonden my drucken en smerten Ick schaem dat ick tot v coom Om dat ick my versade mat. 16, 6. Luc. 12, 1.Met suerdeech luc. 15, 16 ende Verckens draf psa. 25, 11O Heer neemt my in Ghenade En werpt my niet sondich int graf. O God, ick noem v Vaer en Heere En ben niet weert v knecht te zijn Wilt v goetheyt niet van my keere Vergheeft dese stoutheyt mijn esa. 64, 21Ick bent werck uwer handen En ghy mijn Schepper, O Godt psal. 25, 2 ende 31, 2. ende 71, 1.Laet my niet comen tot schanden psa. 25, 2. ende 30, 2.Verblijt niet mijn Viant bodt.
O Godt maect my een Israelijte Met Jacob onsen vaer Al sou mijn vleesch daer af verslijte Tvernieut wel weder hier naer Heb. 12, 5.Ick wil mijns Heeren slaghen Van herten ontfangen bly Vleesch en bloet wil ick waghen mat. 16, 24En nemen zijn cruys op my. O Heer des doodes stricke En dangste der Hellen meet Omringt my, Heb. 12, 6. dus straft my Vaderlicke Psal. 6, 3Ghenadich en niet wreet ps. 143, 2Treet niet met my int rechte My toch by v knechten verclaert Psa. 25, 21Bewaert my recht ende slechte luc. 15, 19Aensiet my noch voor v dienaert. Ps. 51, 12 O God schept in my een reyn herte En gheeft my een nieuwen Gheest Wascht my wel van mijn sonden swerte Mijn ghewonde siele gheneest Psal. 26, 2Reynicht mijn hert, mijn nieren Ro. 6, 6.Op dat ghy muecht woonen in mijn So sal tsondighe lichaem vieren Sonder v Gheest macht niet zijn. O Prince Vader zijt duldich Met my v Luc. 17, 10 onnutte knecht coen mt. 18, 24 Die v thien Duysent Pont is schuldich En heb niet, waer mede te voldoen psa. 116, 12Wat sal ick v weder gheuen Voor v liefde O Vader mijn Rom. 12, 2Ick wil v opofferen mijn leuen Mijn siel opheffen tot dijn.
Cookies on Poetry Cove