C Na de wijse: Tantum ergo Sacramentum. NA datmen veel twist siet gheresen Om Tauontmael des Heeren ient Ende hoe sy bereyt moeten wesen Die ontfaen tbroots Sacrament Een claer ondersceyt van desen Hopen wy te maken bekent. Christus met zijn vrienden eersame mat. 26, 26 mar. 14, 23 Luc. 21, 20 1. cor. 11, 24Brack tBroot, ende sprack ouer al Neemt en eet dits mijn Lichame Dat ghebroken worden sal In mijn ghedachte en Name Doet dit onder v lieden ghetal. mat. 26, 25 mar. 14, 22 Luc. 22, 19 1. cor. 11, 22 Desghelijcken nam hy voordachtich Den Kelck met grooter dancbaerheyt Gaf dien zijn Discipels waerachtich En heeft tot henlien gheseyt Drinckt alle hier wt eendrachtich Gheestich daer toe zijnde bereyt. Den Kelck sprack hy voort, is beuonden Tnieuwe Testament in mijn bloet Dat tot vergiffenis der sonden Wtghestort hier wesen moet Hier by mijn doot te verconden Dit oock in mijn ghedachte doet. De woorden Jesu Christi puere Die eensdeels wtghesproken zijn Van het Auontmael, zijns lijfs figuere Ghenut onder Broot en Wijn
Alleen elck nieu creatuere Coemt toe, dit Brootbreken deuijn. Joan. 3, 3. Die herboren dan zijn beseuen mat. 18, 3Omghekeert als kinderen cleyn Ro. 6, 4.Gheestich verandert in een nieu leuen mt. 11, 28Ootmoedich van herten reyn Broot en wijn, dient dien ghegheuen Rom. 12, 5 1. co. 12, 27 Eph. 5, 30Als Ledekens Christi certeyn. Dit Auontmael van Broot en wijne 1. Corin. 10, 16.Is een ghenieten gheestelijck Des Lichaems en bloets Christi deuijne Als ghemeynschap keestelijck Vereent in een Lijf te zijne Dits Christi nutten feestelijck. Broederlijck in liefden vierich Eph. 4, 4Een Gheest, een Siel, in als accoort 1. Corin. 10, 17.Een Broot, een Lichaem goedertierich Hulpsamich in werck en woort Tnutten des Lijfs Christi chierich Sulcke Lidtmaten toebehoort. 1. cor. 11, 26 Maer die in boosheyt menichfuldich Onweerdich Tauontmael ontfaet Die is aen sHeeren vleesch en bloet schuldich Als Judas tgheueynsde zaet Elck proeue hem dies ghehuldich Eer hy tot Sheeren Tafel gaet. 1. cor. 12, 28 Want die als onweerdich persoone Hem tot des Heeren Tafel keert Hem seluen eet en drinct hy te loone Toordeel, als ghecondemneert Dus vrienden Christi ydoone V lien hier wel toe prepareert. Des werelts gheleerde Sophisten Dolen hier in, soomen wel weet Van Hoeren, Boeuen en Afgodisten Makende gheen onderscheet Van henlien als Antechristen Wert niet dan Sduyuels tafel bereet. Ja Christum lichaemlijck int wesen
Willen sy hebben in dat broot Daer Mattheus mat. 28, 6. mar. 16, 6. Luc. 24, 5 Act. 1, 33. secht, hy is verresen Col. 3, 1. Eph. 1, 20 1. pet. 3, 22. Heb. 1, 13. ende 10, 12.En sidt aen des Vaders schoot Deerlijck dolen sy in desen mt. 16, 6. mar. 8, 15. Luc. 12, 1.Daerom wilt vlien dees deessem groot. Niemant stelle eenich betrouwen Op broot oft wijn materiael Want wat wy met svleesch oogen aenschouwen Het vergaet int generael Gheloouich door sGheest bedouwen Blijft by des Heeren Auontmael. Laet v lien gheensins oock verdoouen Van die hem in wijsheyt vercloeckt Gal. 1, 8.Ja al quamer een Enghel van bouen Die anders te leeren soeckt Dan wy, wilt hem niet gheloouen Want hy (secht Paulus) sy veruloeckt. Hier by vrienden voor tconcluderen 1. Joan. 4, 1En ghelooft alle gheesten, niet Maer wiltse wel examineren Voort, Babels tempeesten, vliet En als Litmaten des Heeren V reyn tot deser feesten, biet.
Cookies on Poetry Cove