Skip to content
1677

Uytertse hylickmaeckers

Anoniem

Canis, of Honden Bruyloft. Op een aerdige Voys. WAtte dagen heeft een Hondt! Watte dagen heeft een Hondt. Noch te backen, noch te brouwen, Hoeft hy, noch gen Wijf te trouwen: Watte dagen heeft een Hondt! Watte dagen heeft een Hondt! 2.Hy gaet, als hy wil, na bedt, Schut noch Rest sijn rust belet: ’s Nachts en bijten hem geen vliegen: Hy behooeft geen kindt te wiegen: Watte dagen, Ec. 3. Geen Quaet krijgt hy van een Heer, Want hy bruyt sijn eygen Moer. Is ’t niet mooy; hy gaet weer seker: En vry blijft hy van d’Apteker: Watte dagen, Etc. 4. Valtse dan wat schurft van kop, Hy klimt daer van acht’ren op: Wat bruyt hem een leelijck bakhuys, Die meest altijt werkt op ’t kakhuys. Watte dagen, Ec. 5. Geen Twee-hondertste hem quelt,

Schoorsteen, noch Familie-gelt: En hy is, na yders meeningh, Vry van Capitale Leeningh, Watte dagen, Ec. 6. Vlijtigh gaet hy in de Kerck, Dat doet, hy verlet geen werck: Maer, de Koster is sijn maet niet, Die hy liever op de straet siet. Watte dagen, Ec. 7. Wafel-yser, Heugel, Pan, Ketel, Beker, Spit, en Kan, En Servetten kan hy missen, Hoeft geen Pot om in te pissen. Watte dagen, Ec. 8. Schoon hy noyt sijn Baart op-set, Altijt staen sijn Knevels net, Gaet, om dat het wel souw krullen; Sijn muts met sijn hayr niet vullen. Watte dagen, Ec. 9. Joris in der eeuwigheyt Dee hem noyt met reeck’nen leyt; Want hy hoeft geen Ordinaris, Wiens Pottagie altijdt gaer is. Watte dagen, Ec. 10. Fransche Kramers, Speelman, Waert, Acht hy geen spoogh waters waert: Koussen, Schoenen, Pruycken, Kleeren, Kan hy, sonder smert, ontbeeren. Watte dagen, Ec. 11. ’s Morgens is ’t hooft niet beroyt; Dat hy heeft te veel gepoyt. Procureurs en Advocaten Sullen hem geen gelt ontpraten. Watte dagen, Ec. 12. Elcke Duyvel heeft in ’t Jaer Een maent, soo sy seggen; maer Hy daer tegen, heeft ses weken; Wort oock in de Lucht gekeken. Watte dagen, Ec. 13. Heeft oock ’t grootste luck op aerdt, Want, als hy maer quispelstaert,

Kan hy al de Haeghse Vrouwen, Op ’t lijf springen sonder trouwen. Watte dagen, etc. 14. Schoon, hy een Gebraet en krijgt, Lickt de Rooster, en hy zwijght, Daer de Meysjes worst op braden: Wie sou dan sijn Lot versmaden? Watte dagen heeft een Hondt! Watte dagen heeft een Hondt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uytertse hylickmaeckers · Anoniem · Poetry Cove