Aen de Genode Amsterdamse Kermis-Gasten.
Weest welkom lieve Vrienden op onze Amsterdamsche Kermis, treed maer hier binnen, mijn lieve Neven en Nichjes,
de Tafel is al gedeckt, en wy souden soo aen-geseten hebben; Andermael welkom met een Soentje aen weer-zijden: Seecker, nu bent ghy noch soete Kyeren, dat ghy u beloften na komt, die ghy-lieden op voorleden Utrechtse Kermis aen ons gedaen hebt; opent nu eens dese Papieren, deselve zijn vol Utrechtse Hylickmakers met Confijt, en Amsterdamse Kolcks-koeck met Suckaet, proeft, eet ende drinckt, en singht dan eens helder op, ’t gene tot vermaeck der genoden Kermis-gasten, ende aerdige Sangers en Sangeressen alhier wordt opgedischt